Vandaag werden we wederom op tijd wakker. Voordat we naar de ontbijtzaal gingen, pakten we alvast een deel van de koffers in, zodat we na het ontbijt alleen nog de toilettas hoefden te vullen en de koffers konden dichtritsen. Dat deden we dan ook, na een uitgebreid en heerlijk ontbijt. Even na 11:30 uur checkten we uit en wandelden in het zonnetje naar het station, waar de trein naar Lucca op ons wachtte.
Nog geen half uur later kwamen we aan in het geheel ommuurde stadje. Lucca is een van de rijkste steden van Noord-Italië, maar dat merk je nauwelijks aan de uitstraling; het stadje doet oud en bescheiden aan en heeft, naar mijn idee, om de 150 meter een plein met een kerk. Na een wandeling en een paar kerkbezoekjes belandden we op het Piazza dell’Anfiteatro, waar we genoten van een heerlijke lunch.
Met gevulde magen slenterden we nog wat verder door de stad en namen tegen het einde van de middag de trein terug naar Pisa. Daar haalden we onze koffers op bij het hotel en vervolgden we onze weg naar het vliegveld. Met de PisaMover waren we snel bij onze laatste bestemming in Italië, checkten we binnen een half uur in voor onze vlucht naar Schiphol en deden nog een paar laatste inkopen. Rond 20:20 uur stapten we het vliegtuig in en vertrokken we keurig op tijd vanuit Pisa. Maar het voelt zeker niet als een afscheid voor altijd; ik heb een sterk vermoeden dat we wel nog eens terugkeren naar Toscane.
Vanmorgen ging de wekker om 07:30 uur; iets minder vroeg dan gisteren. Geen hardlooprondje vandaag, maar wel de verjaardag van Edo. Net als gisteren zijn we rond 09:00 uur gaan ontbijten waar er voor Edo een verjaardagskaarsje op een taartje stond te wachten. Net als gisteren weer uitgebreid ontbeten en kort hierna zijn we met de PisaMover naar het vliegveld gereden om daar de huurauto te regelen. Deze was in Nederland al gereserveerd, maar door een it-storing moest bij de balie alles alsnog met de hand ingevoerd worden. Lekker old school.
Nadat we de huurauto op het parkeerterrein hadden gevonden reden we al snel richting Siena, bekend van onder andere de James Bondfilm Quantum of Solace. Na een autorit van een kleine anderhalf uur konden we de auto net buiten de stadsmuren parkeren en zijn we wandelend (klimmend) het middeleeuws stadje ingelopen. Het wereldberoemde Piazza del Campo was al snel gevonden en daar hebben we heerlijk genoten van een cappuccino met apfelstudel. Na deze korte stop zijn we verder naar de Kathedraal van Siena gewandeld. Hier hebben we de kerk bezocht, een kaarsje aangestoken en genoten van de religieuze indrukken. Zeer bijzonder.
Tegen het einde van de middag zijn we naar de huurauto gelopen en zijn we richting San Gimignano gereden, bekend om zijn veertien torens die het silhouet van de stad domineren, waarvan het historisch centrum in middels op de werelderfgoedlijst van unesco staat vermeld. Hier was ook de wereldberoemde ijssalon Dondoli te vinden. Nadat we op Piazza della Cisterna op het terras hebben gezeten zijn we later doorgelopen naar Magnino Bistrot waar we heerlijk hebben gegeten (ik stoofvlees op bedje van aardappelpuree).
Op de terugweg naar de auto zijn we dan toch nog even bij ijssalon Dondoli geweest, waar nu geen ellenlange rijen van influencers stonden, om hier een van de beste/lekkerste ijsco’s van de wereld te eten. Ik heb goddelijk genoten van mijn pistache-ijs. Welke tegen de tijd dat we bij de huurauto aankwamen, terecht op was.
Daarna was het tijd om terug te rijden naar Pisa om de huurauto op tijd in te leveren. Onderweg luisterden we naar Italiaanse inzendingen van het songfestival en wist Marcel onderweg ternauwernood vier overstekende vossen te ontwijken, die in het donker blijkbaar denken dat de weg van hen is. Rond half tien kwamen we aan op het vliegveld. De autosleutels waren snel ingeleverd en met de PisaMover gingen we terug naar het hotel, waar we moe maar voldaan onze kamers opzochten.
Vanmorgen ging mijn wekker om 06:30 uur. Ik houd de traditie erin om op onze vakantiebestemmingen een hardlooprondje te doen. Vandaag stond een rondje rond de toren van Pisa op het programma. Omdat ik het liefst loop wanneer de wereld nog op één oor ligt, moest dat dus in de vroege ochtenduren gebeuren.
Rond 07:00 uur rende ik in hardloopoutfit richting het Kathedraalplein om vervolgens weer terug naar het hotel te lopen. Goed voor een kleine vijf kilometer. Om dat aantal te halen moest ik nog wel een paar extra rondjes om het hotel maken.
Bij thuiskomst, waar Edo nog lag te slapen, ben ik snel onder de douche gesprongen. De uitspraak dat niets lekkerder slaapt dan je eigen bed vervang ik graag door dat niets lekkerder doucht dan je eigen douche. De waterstraal was warm en krachtig genoeg, maar de douchecabine had het formaat van Madurodam. Als je hier uitglijdt blijf je rechtop staan, simpelweg omdat je geen kant op kunt.
Na het douchen en aankleden, en nadat Edo ook klaar was, zijn we rond 09:00 uur naar de ontbijtzaal gegaan. Daar hebben we opnieuw uitgebreid ontbeten. We kwamen er ook onze medereizigers tegen en na het ontbijt zijn we samen naar het station van Pisa gelopen om kaartjes te kopen voor de trein naar Florence.
De trein vertrok rond 10:50 uur en de reis duurde nog geen uur. In Florence hebben we op ons gemak langs verschillende bezienswaardigheden gewandeld, van de Piazza del Duomo naar de Ponte Vecchio en vervolgens naar de Piazza della Repubblica, waar Marcel en Diaan een origineel kunstwerk kochten van een lokale artiest.
We onderbraken de wandeling een paar keer. Eerst voor een heerlijk Italiaans ijsje dat we in de schaduw van de kathedraal hebben opgegeten en later voor een lunch op een terras aan de Piazza della Signoria.
Rond 16:30 uur namen we de trein terug naar Pisa. Deze keer was het duidelijk drukker en reisden we midden in de Italiaanse avondspits. Eenmaal terug waren we snel weer bij het hotel. In een kleine supermarkt tegenover het hotel haalden we nog wat laatste boodschappen, vooral water want dat uit de kraan is hier echt niet te drinken. Daarna hebben we op de kamer nog even een uurtje gerust.
In de avond zijn we weer het centrum van Pisa ingelopen om in de buurt van de toren op een terras te uiteten. Dit keer was de ambiance en het eten niet zo bijzonder als gisteravond (te lang wachten op drinken, en het eten niet echt met Italiaanse liefde bereid), maar mijn pizza met tonijn was prima te doen. Na het eten (geen fooi dit keer) nog even op een ander terras gezeten voor een koffie en een Aperol Spritz. Hierna was het aangenaam wandelen naar het hotel, waar we nog heerlijk hebben nagenoten van de dag.
Vanmorgen ging de wekker even na 02:00 uur, nadat we de avond ervoor al om 22:00 uur naar bed waren gegaan. De reden was een vroege reis naar Schiphol voor een weekendtrip naar Pisa in Italië. Om 03:00 uur stond nicht en buurvrouw Viola voor de deur om ons naar het vliegveld te brengen. We moesten minimaal twee uur van tevoren aanwezig zijn voor ons vertrek om 06:10 uur.
Op Schiphol arriveerden een kwartier na ons ook onze reisgenoten Marcel en Diaan. We stuurden snel onze koffers via de bagage drop-off richting het vliegtuig en gingen daarna op zoek naar onze gate. We verwachtten een flinke wandeling en bleven daarom niet al te lang bij Starbucks zitten. Eenmaal onderweg bleek de gate echter verrassend dichtbij te zijn, waardoor we ineens wat meer ruimte in onze planning hadden. Nog even een bezoek aan het toilet en vervolgens toch maar richting de gate.
Daar was het behoorlijk druk, maar het boarden verliep gelukkig vlot. In korte tijd zaten we op onze vooraf gereserveerde stoelen. De vlucht zelf duurde nog geen twee uur. Korter dan de reis van Almere naar Amsterdam, inclusief het boarden op Schiphol.
Op het vliegveld van Pisa lagen onze koffers opvallend snel op de bagageband. Daarna konden we direct met de PisaMover, een onbemande shuttledienst, naar het centraal station van Pisa. Vanaf daar was het nog een korte wandeling naar ons hotel, waar we zelfs al vóór 09:00 uur aan de ontbijttafel konden aanschuiven.
Na het ontbijt, want onze kamers waren nog niet klaar, maakten we een wandeling door het pittoreske Pisa. Diaan deelde onderweg haar eerdere ervaringen met deze nostalgische stad. Binnen een half uur stonden we bij de wereldberoemde scheve toren, samen met honderden andere toeristen. Natuurlijk werden er foto’s gemaakt, maar zonder de bekende poses waarbij je de toren zogenaamd omver duwt of juist tegenhoudt.
We hadden die ochtend uitzonderlijk mooi weer en konden even later heerlijk in de zon op een terras genieten van een echte Italiaanse koffie.
In de middag, nadat we de sleutel van onze hotelkamer hadden gekregen, namen we even de tijd om te rusten en te ontspannen. In de avond trokken we opnieuw het centrum in voor een heerlijk diner, wederom op een terras.
Het was een vermoeiende, maar prachtige dag. Men zegt: tel je zegeningen. Vandaag hebben we dat meer dan eens gedaan.
Tussen de laatste hoofdstukken van Cher’s autobiografie en een slokje ijskoffie merk ik hoe langzaam de tijd zich momenteel uitrekt. Alles voelt tegelijk belangrijk en onbelangrijk: de geur van zonnebrandcrème die mijn verbrande huid beschermt, het zachte gezoem van de airco in de verte en het kind dat het water stilletjes onderzoekt, alsof het een oceaan vol geheimen is. Af en toe kijkt het even om zich heen, alsof het zich afvraagt of iemand het wel waard vindt om naar zijn avontuur te kijken. Een musje landt op de rand van het zwembad en vliegt precies op tijd op, wanneer iemand een duik neemt.
En dan, tussen de luie zonnestralen door, glipt er een gedachte binnen: vanavond op tijd naar bed, want om even voor zes uur ‘s ochtends worden we opgehaald voor de transfer naar het vliegveld. Alsof mijn vader een zacht klokje in mijn hoofd heeft gezet. Een kleine, ongemakkelijke, praktische rilling in een dag die verder alleen van luieren en nietsdoen bestaat.
Dus lig ik hier nog even, zonnebril op de neus, en probeer ik deze laatste momenten vast te houden. Het zwembad glinstert alsof het glimlacht, de zon schijnt met de precisie van een ervaren ober die net je glas bijvult, en ik denk bij mezelf: dit is fijn. Het perfecte nietsdoen. Het kleine, stille slotakkoord van onze vakantie, net voordat het gewone leven, met zijn haast en agenda’s, ons weer inhaalt.
Toch is er ook een zacht vooruitzicht: volgende week zijn we vrij. Geen vliegtuig, geen resort, geen harde afspraken. Gewoon langzaam bewegen, in en om het huis, makkelijk en rustig, zoals het hoort na zulke dagen. Misschien een tijdschrift lezen in de tuin, een kop koffie die iets te lang blijft staan, een paar planten die eindelijk water krijgen. Het lijkt bijna een tweede vakantie, maar dan zonder zonnebrand en zwembadglinstering, en dat is eigenlijk ook prima. Het soort dagen waarvoor je niet eens een klok nodig hebt.
Vandaag was een zeer relaxte dag. De huurauto hadden we gisteravond ingeleverd en vandaag hebben we bij en in het zwembad gelegen. Hoewel het vanmorgen heel druk was bij het ontbijt, waren de meeste gasten buiten de accommodatie op pad naar vakantievertier elders, waardoor het vandaag heel rustig was bij het zwembad. Ook de lunch hebben we hier genuttigd.
Ik heb de autobiografie van Cher tot over de helft gelezen; morgen de andere helft. In de loop van de middag, zo rond vier uur, kwamen de andere gasten druppelsgewijs terug van hun dagtochtjes en zochten ook verkoeling bij het zwembad. Er zijn hier veel Nederlanders, dus soms vang je gesprekken half op die je anders niet zou horen als deze in een onbekende taal werden gevoerd. Gelukkig heb ik AirPods met noise-cancelling.
In de avond zijn we, net als afgelopen maandagavond, naar Petra Beach Bar gewandeld. Ook dit keer koos ik hetzelfde als de vorige keer. Ik noem het een ingeboren voorkeur. Maar de tirosalade en de Sofrito zijn ook gewoon een vakantietraktatie. Dus waarom anders doen? Aangenaam detail: dit keer waren er geen muskieten.
Bij zonsondergang zijn we teruggewandeld. Eerst hebben we bij de buurtsuper een slaapmutsje ingekocht en daarna door naar ons terras, waar een vriendelijk en verkoelend briesje waait, terwijl ik nu aan de laatste regels van dit blog/verslag zit te tikken, en kijk uit over een vakantie die precies doet wat een vakantie moet doen: niets bijzonders, en dat vind ik genoeg.
Hoewel ik er de afgelopen dagen niet echt zin in had, ben ik vanmorgen toch vroeg mijn bed uitgegaan om een stukje van vijf kilometer te gaan hardlopen. Voor het eerst deze week had ik de wekker gezet, en hoe grappig: ik werd vijf minuten vóór die wekker wakker. Het rondje ging me prima af: heen en weer naar het kleine strandje van gistermiddag. Na een half uur was ik alweer klaar. Eenmaal thuis begon ik pas écht te zweten. Alsof er sluisdeuren opengezet werden: het gutste uit al mijn poriën. Een douche (die het wederom aardig deed) was meer dan welkom.
Na het douchen was het nog even wachten tot het ontbijtmoment — het ‘voordeel’ van vroeg uit de veren gaan. Wederom een prima ontbijt gehad, met de nodige ergernis over de andere gasten en hun weinig sociale houding naar anderen toe. Voor vanmorgen stond een uitstapje naar het kasteel van Kassiopi op het programma. Geen stoere burcht meer, maar een verzameling muurresten waar de tijd zijn tanden in gezet heeft.
Boven wacht stilte, zeggen de reisgidsen. Negentien torens zouden er ooit gestaan hebben, al zijn ze moeilijk meer te tellen. Binnen de muren groeien olijfbomen die meer van standvastigheid weten dan mensen. Alleen: wij kwamen er niet. We reden eromheen met de auto, zochten een ingang die er niet leek te zijn. Later deden we hetzelfde rondje te voet, met hetzelfde resultaat. Het kasteel lag er, zichtbaar en zwijgend, maar ontoegankelijk, alsof het besloot voorlopig met rust gelaten te willen worden. Een luchtkasteel.
Na deze teleurstelling stapten we weer in de auto en reden we opnieuw naar het naaktstrandje. Dit keer dus niet te voet (je huurt zo’n auto niet voor niets) en dat scheelde ons blaren en blessures, die we gisteren wel hadden opgelopen op het kiezelstrand. Op het strandje was het rustiger dan gistermiddag en bleven we wat langer liggen. Maar de aanhoudende hitte dreef ons uiteindelijk terug naar de huurauto en daarna naar het zwembad van onze accommodatie. Ons tijdelijke thuis.
Tegen de avond hebben we ons opgefrist en zijn we in Acharavi uit eten geweest. Dit keer bij Woody’s, vlakbij het restaurant van gisteren, en gelukkig zonder wolkbreuk. We hebben weer lekker gegeten. Ik had opnieuw tirosalade (deze keer met een zurige smaak) en kipfilet in blauwekaassaus. De smaak was prima, maar de presentatie viel tegen: een onogelijke grijze saus die deed denken aan pus met stopverf. Daarbij lag mijn kipfilet volledig verstopt onder deze brei. Ik hou er niet van wanneer ik naar mijn vlees moet zoeken.
Na het eten hebben we op de terugweg de tank van de huurauto gevuld en, na een kort bezoek aan de buurtsuper, de auto officieel ingeleverd. De komende twee dagen zullen we te voet moeten doorbrengen, en dat is geen ramp. Wat ook geen ramp is, is dat ik straks voor het slapengaan géén wekker zal zetten.
Wellicht leest de eigenaar van de accommodatie waar we nu tijdelijk wonen ook mijn blog, want sinds vandaag spuit er meteen een krachtige, warme waterstraal uit de douchekop, en blijft deze ook stevig in de houder zitten. Geen ergernis meer met een ingezeept hoofd of de oksels. De dag begon dus goed.
Na het ontbijt bij het zwembad vertrokken we naar een verlaten dorp op Corfu: Old Perithia. Een dorp zonder haast, en zonder haastige mensen ook, want de meesten zijn al jaren geleden vertrokken. Je loopt langs half vergane ruïnes, met hier en daar een taverna waar men elkaar probeert weg te concurreren door bezoekers naar hun terras te lokken. Wanneer je één bouwval hebt gezien, heb je het hele dorp wel gezien. Na een paar korte fotoshoots vertrokken we naar de hoogste berg van het eiland.
De Pantokrator staat er als een oude heer die weigert aan de kant te gaan. Altijd zichtbaar, zelfs als je dat niet wilt. Via een onverharde route klommen we naar de top. Bovenaan bevindt zich, het laat zich raden, een klooster. Niet groot, niet indrukwekkend zoals kerken dat in reisgidsen plegen te zijn, maar je hebt er uitzicht over alles: de zee die er schittert, Albanië dat dichtbij lijkt maar tegelijk ongenaakbaar, en Corfu zelf, een lappendeken van olijfbomen en stoffige weggetjes.
In het klooster hebben we nog wat souvenirtjes gescoord en zijn we even naar een woud van zendmasten, antennes en schotels gelopen. Ze staken hun armen in de lucht, alsof ze zelf ook aan het bidden waren, maar dan richting de verkeerde hemel: die van mobiele netwerken en televisiekanalen. Verder viel hier weinig te zien, maar we hadden prima bereik op onze mobiel!
Na ons bezoek aan de bergtop was het alleen nog maar bergafwaarts, richting ons tijdelijke thuis. Hier hebben we zelf (Edo) lunch gemaakt en samen genuttigd. Na het eten hebben we ons goed ingesmeerd voor een bezoekje aan het strand. Een aantal kilometers verderop bevindt zich een naaktstrandje, waar we even heerlijk hebben gezonnebaad.
Aan het einde van de middag wandelden we terug en gingen nog even bij het zwembad relaxen, waarna we ons thuis opgeknapt hebben voor het avondeten. Online had ik een aardig restaurant, Faros, gevonden met goede recensies. We zijn er met de auto heengegaan, en net toen we geparkeerd hadden, begon het te regenen. Dikke druppels, en in de verte hoorde je het al onweren. Toen we eenmaal bij het restaurant waren, brak het los: een wolkbreuk. Alle gasten moesten het overdekte terras verlaten, want de regen stroomde langs de parasols over de tafels.
Wij zaten binnen, en het eten was prima! Vooraf nam ik hier ook (weer) tirosalade, en dit keer stifado als hoofdgerecht: stoofvlees met parelui(tjes) in tomatensaus. Nadat we ons hadden volgegeten en de regenbui was weggetrokken, konden we weer verder. Eerst naar een supermarkt voor lucifers – want om een anti-muggenkaars aan te steken heb je nu eenmaal vuur nodig – en een flesje wijn maken we ook wel soldaat. Nu zitten we op ons terras en in de verte, boven zee, zien we het af en toe nog bliksemen.
Old Perithia, met een boodschap.
Door de bomen het huis niet meer zien.
Niks wegwerken, laat maar vergaan.
De poort naar de oude (verlaten) kerk.
De kloosterpoes wil gedoopt worden. Of heeft dorst.
Ik overweeg om Griekenland te nomineren voor extra Europese subsidie voor het verzorgen van goed werkende douches in de diverse vakantieoorden. Hier is de douche prima; krachtige straal en ook prima temperatuur, maar het ding straalt het water alle kanten op, behalve waar ik ingezeept sta. Tot op heden heb ik nog nooit 100% tevreden onder een Griekse douche gestaan.
Vandaag begon, na het douchen, de dag bewolkt en met lichte regen. Het is maar goed dat we per vandaag een auto voor een paar dagen hebben gehuurd. Na het ontbijt hebben we de benodigde papieren getekend en werd ons de autosleutel overhandigd. Een tripje naar het klooster Panagía Theotókou tis Paleokastritsa stond op de agenda. Een rit van ruim een uur door de bergen van Corfu. Na veel haarspeldbochten en momenten dat we net niet in een file stonden, maar meer onderdeel waren van een verkeerspolonaise, kwamen we in de buurt van het klooster. Daar hebben we de auto geparkeerd en zijn wandelend via de toeristische trekpleister van Paleokastritsa, de diverse mooie kiezelbaaien, naar het huis voor religieuzen gegaan.
In het klooster was het niet veel anders dan in andere kloosters die ik ooit heb bezocht: stil en rustig (naast de toeristische bezoekers) en vooral terend op de oudere successen uit het verleden, toen de kerk nog macht had. Dit uit zich hier op Corfu in een miniatuurmuseum vol oude bijbels, religieuze afbeeldingen en natuurlijk een giftshop, waar ook — God mag weten waarom, zeepjes en armbandjes te koop zijn.
Na ons religieuze bezoek zijn we verder gereden naar een andere toeristische trekpleister: het uitkijkpunt bij Afionas. Hier heb je een fantastisch uitzicht. We hebben er in de middag geluncht bij Porto Termoni Restaurant, een bijzonder restaurant met ook een heel mooi uitzicht. Hier hebben we Griekse salade gegeten en als toetje nam Edo de Griekse yoghurt met honing en walnoten en ik een sinaasappeltaartje met ijs en kumquatsiroop. We hebben hier geweldig gegeten. Na de lunch was het weer terugrijden naar ons plaatselijke thuis, waar we nog even bij het zwembad hebben gelegen.
’s Avonds zijn we met de auto naar Acharavi gereden en hebben aan zee bij Thines gegeten: een eenvoudig maar lekker kipgerecht. Ook dit keer een toetje: ‘homemade’ appeltaart, met liefde gemaakt; door de lopende band van de fabriekshal. Hierna nog even boodschappen gedaan en daarna door naar ons tijdelijke thuis, waar we nog even met een wijntje en goed ingespoten met anti-muggenspray op ons terrasje hebben gezeten.
Voor het eerst in ongeveer acht maanden heb ik in een nacht minimaal acht uur geslapen. Even heerlijk tot rust gekomen, opgeladen, na een lange maandag. Vanmorgen na het douchen zijn we naar het ontbijtbuffet gewandeld. We dachten alleen logies geboekt te hebben, maar het blijkt inclusief ontbijt te zijn. Dat vind ik ook goed.
De rest van de dag hebben we heel relaxt bij, en in, het zwembad doorgebracht. De energie die we vannacht hebben opgedaan moeten we natuurlijk niet meteen opbranden. Over branden gesproken: ondanks dat ik me vandaag goed en vaak met SPF 30 heb ingesmeerd, zijn toch mijn benen aan het einde van de middag pittig verkleurd. Met de nadruk op pittig. Auw.
De lunch en het avondeten zijn op onze accommodatie genuttigd. Voor lunch hadden we ‘Grandma’s Plate’: een bord vol patat met bacon, feta en twee gebakken eieren. Het leegeten van je bord was een uitdaging, maar ik slaagde er goed in. Het diner in het begin van de avond bestond uit een burger, gevuld met feta, en wederom patat. Edo had hetzelfde, maar dan zonder de feta in zijn burger.
Na het eten hebben we een huurauto gereserveerd voor de komende drie dagen: een Volkswagen Polo. We zullen de komende dagen meer van het eiland verkennen. In de avond zijn we even naar de kust gewandeld om cash te pinnen voor de huurauto, en hebben we door het water langs de kustlijn gelopen. Ook nog kekke hoedjes en een fles rosé gescoord, en een mini-flesje ouzo. Ook vannacht zal ik lekker slapen.
Een dagje relaxen.
IJskoffie.
Het uitzicht vanaf mijn ligstoel.Grandma’s Plate, meteen 5 kilo’s extra aan je rate.
Avondwandeling.
PS: De wifi hier is zoals ze in 1978 was. Nergens te bekennen.